Creatieve Bezigheden

Schilderkunst, Fotografie & Genealogie door
Jacqueline Gruppelaar

Genealogie

Verhalen over mijn voorouders Grimm
Genealogie

Mijn voorouders Grimm




September

2025    

September 2025

De zomermaanden zijn voorbij. Ik ga weer beginnen met het schrijven van korte stukken tekst over belevenissen van verre voorouders.


De verhalen gaan voorlopig over de ervaringen van Maria Elisabeth Grimm op haar reis van Dordrecht naar Koblenz in 1820.
De totale historie van haar tocht heb ik beschreven in mijn boek: “De reis van Maria Elisabeth Grimm in 1820,” Jacqueline Gruppelaar, uitgave Blurb.
Deze reislustige oudtante Maria Elisabeth Grimm is geboren op 26 oktober 1798 te Dordrecht. Zij heeft tijdens haar huwelijk met Jan Kroon gewoond te Amsterdam, wijk K, OZ Achterburgwal 25.
Haar broer Abraham Grimm, 1809-1864, is de directe voorvader van mijn echtgenoot Jan van Oeveren.
Abraham Grimm en zijn zus Maria Elisabeth komen uit een gezin met acht kinderen. Hun vader Johann Grimm, 1757-1815, heeft een bijzondere ontwikkeling doorgemaakt. Hij komt oorspronkelijk uit Breuna. Deze stad ligt in Duitsland, 30 km ten westen van Kassel.

Johann Grimm

Johann Grimm

Maria Elisabeth Birn

Maria Elisabeth Birn

De ouders van Johann Grimm sterven helaas jong. Na zijn opvoeding in een pleeggezin, besluit hij op zestienjarige leeftijd naar Holland te emigreren, om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Hij legt de 400 km naar Holland te voet af.

Volgens hem woont er in Holland nog een verre neef, die hem behulpzaam kan zijn met een nieuw bestaan op te bouwen. Echter, in Holland aangekomen, wordt hem verteld, dat deze neef overleden is. Gelukkig wordt hij door andere mensen goed opgevangen en krijgt hij werk in een bakkerij. Door zijn arbeid in de bakkerij en in zijn vrije tijd te studeren, weet hij een goed bestaan op te bouwen in Dordrecht. In deze stad wordt hij, na zijn opleiding, door de burgemeester erkend als inwoner van de stad en benoemt de burgemeester hem tot keurmeester van de turf. Hij controleert de kwaliteit van de turf en hij zorgt ervoor dat de juiste belasting voor dit product wordt betaald. Op dertigjarige leeftijd durft hij een goed huwelijk aan te gaan met Maria Elisabeth Birn. (1789—1879).


Henriëtte Louise Grimm

Henriëtte Louise Grimm

Hun dochter Maria Elisabeth gaat in 1820, op 27-jarige leeftijd, samen met haar broer Franz (1791-1820) en haar schoonzus Christina van Eijsden een reis ondernemen van Dordrecht naar Koblenz. Het is voor haar broer François Grimm een zakenreis. Voor de dames Maria Elisabeth en Christina is het een plezierreisje met veel familiebezoek.

Maria Elisabeth schrijft op deze reis brieven naar haar moeder Maria Elisabeth Birn en haar jongere zus Henriëtte Louise Grimm, 1801-1880, te Dordrecht. Deze brieven zijn bewaard gebleven in het nationaal archief te Den Haag.


Volgende maand gaat mijn verhaal over het vertrek van de drie reizigers met de postkoets vanaf Gorinchem naar Nijmegen.

Oktober

2025    

Oktober 2025

De reis van Maria Elisabeth Grimm in 1820


Op 7 juli 1820 schreef Maria Elisabeth een kort briefje aan haar moeder over haar aankomst in Gorinchem.

Gorinchem 7 july 1820

Lieve moeder

We zijn hier omstreeks zeven uren in goede welstand aangekomen, wij waren in den Doele afgestapt en hebben Pietje het naaikistje met den brief laten bezorgen maar zodra zij het kreeg, begreep zij dat wij in den stad waren, de gehele familie hebben wij welvarende gevonden. Pietje is ook veel beter en ziet er zeer goed uit. Zij heeft het plan om over veertiendagen of drie weken naar Dordrecht te vertrekken. Daar Schaffers dadelijk afreed hadden wij geen gelegenheid te schrijven. Ik hoop echter dat hij U berigt van onze behouden aankomst heeft gegeven. Morgenochtend ten zeven uren vertrekken wij naar Thiel. Mijnheer van den Koog heeft in Thiel zaken te doen en gaat met ons meede.

Nu, lieve moeder vaarwel. Wij omhelzen U allen in gedachten, groet alle de vrienden van ons, als ook van de familie van den Koog.

Uw liefhebbende dochter


Voorstraat Dordrecht
Woning 388 Voorstraat Dordrecht

Woning 388 in de Voorstraat was in 1820 het woonverblijf van familie Grimm.



Na een warm afscheid van familie, vrienden en moeder Mietje in de woning aan de Voorstraat te Dordrecht, vertrokken Maria, Franz en Chrisje naar Gorinchem. In deze stad vond hun eerste overnachting plaats.

Na hun aankomst in Gorinchem schreef Maria direct een briefje aan haar bezorgde moeder, dat ze alle drie veilig waren aangekomen. De brief gaf ze op tijd af aan een vertrekkende postwagen, richting Dordrecht. Het eerste tochtje naar Gorinchem was vermoeiend, maar verliep goed. Gezond en wel konden ze de volgende dag hun reis vervolgen.

In die tijd was reizen een spannende gebeurtenis. De tocht ging over onverharde zandwegen. Na een fikse regenbui werden deze rijbanen modderig en ontstonden er kuilen in het wegdek. In de winter waren, vooral na een vorstperiode, de paden onbegaanbaar. De tocht van Maria, Franz en Chrisje van Dordrecht naar Koblenz vond daarom in de zomermaanden plaats. De reistijden waren lang en niet comfortabel. De koets was veelal een rammelende kist op wielen, voortgetrokken door enkele paarden. Elke oneffenheid in de weg werd gevoeld. De komst van Maria, Franz en Chrisje te Gorinchem bleef niet onopgemerkt voor vriendin Pietje en haar familie. Ze gingen, ondanks hun vermoeidheid, toch nog even bij haar op bezoek.

Tekening Cornelis de Jonker

Tekening Cornelis de Jonker

Tekening Johannes Jelgerhuis

Tekening Johannes Jelgerhuis



De Doelen, Gorkum

De Doelen, Gorkum


Routekaart uit 1810

Routekaart uit 1810


Maria, Franz en Chrisje overnachten in Gorinchem in de Doelen. De Doelen staat in de Molenstraat en is lange tijd het belangrijkste gebouw in de stad geweest. Dit gebouw was het 'clubgebouw' van de schutterij. De schutters oefenden met schieten in de lange achtertuin en hadden een rol in de eerste verdediging van de stad.

Ook werd het Doelhuys gebruikt voor de ontvangst van voorname gasten. Het stadsbestuur gebruikte het om gasten te ontvangen en onder te brengen.

Zo logeerden er stadhouder Maurits van Nassau in (1589) en later koning Lodewijk Napoleon (1809) en koning Willem I (1815). Het gebouw kreeg steeds meer de functie van hotel en vergaderruimte. Maria vond het vast heel bijzonder, dat ze in deze herberg mocht overnachten.

November

2025    

November 2025

De reis van Maria Elisabeth Grimm


Op 8 juli 1820 reist Maria met de postkoets van Gorinchem naar Nijmegen. In de brief aan haar moeder legt zij haar reiservaringen vast.

M.E.Grimm

Gorinchem den 8 July 1820

Goedenmorgen lieve moeder Ik heb overheerlijk geslapen!

Het is vijf uuren en tegen zevenen is ons starten bepaald. Zoodat wij ons nu maar spoedig moeten gaan aankleden en ontbijten en dan trekken wij naar den Arkelstraat waar het rijtuig ons zal komen halen. Thans zijn wij te Nijmegen van waar ik U onze reis tot hier zal beschrijven.

( zondagmorgen zeven uren) Thans weer de koffers opgepakt en wij de poort uitgereden waren, was het omstreeks agt uren. Nu reden wij naar Thuil tegenover Bommel. Maar helaas Jula hebben wij niet voor Cateau kunnen groeten. Hoe verder wij kwamen hoe heerlijken gezigten de landschappen opleverden. Jammer was het dat er niet meer zonnenschijn was, welke anders zoveel toebrengt om deze lucht te verfraaye aan den veelen dorpen en buitenplaatsen. Reden wij ook langs Eck en de plaats van de Heer van Borselen, genaamd Waayenooyen( Wadenoyen). Ik heb beloofd dat voor Noorda op te zullen tekenen. Na te Thuil een kop koffie gebruikt te hebben vertrokken wij naar Thiel ten half twaalf waar wij ten een uren aankwamen en vanwaar wij na rust wat in de plantage gewandeld, gegeten, en van den Heer van der Koog afscheid genomen te hebben, tegen vier uren vertrokken. Nu reden wij langs IJzendoorn, Dodewaard en Oosterhout naar Thiel. Maar hier te Oosterhout heeft ook een verschrikkelijke doorbraak plaats gehad, gezien buitenplaatsen en huizen zijn verwoest en op sommige plaatsen gelijkt het naar een zandwoestijn, daar men omtrent de lengte van een kwartier onder den dijk, daar dezelve op verscheide plaatsen ontbreekt aan de baan, door het dikke zand, het welke door de rivier is aangespoeld, moet rijden.

Om half negen kwamen wij te Lent. Zeer schoon hadden wij Nijmegen voor ons liggen. Daar tegen de avond de lucht was opgehelderd en de laatste stralen der ondergaande zon de wit bepleisterde huizen beschenen. Nu gingen wij met de gierbrug over deze bak. Deze bak is zo nieuw dat men er makkelijk een bak op kan aanleggen en ten negen uren bevinden wij ons in Nijmegen in het logement bij Ariens in de Priemstraat.

Frans had een boodschap bij den Heer Noorduin. Daar deze niet thuis zijnde, zoo gingen wij naar de Molestraat bij de Lemelbrug naar neef ter Linden en maakten daar een boodschap aan de juf en welke bij ons kwamen, eene zuster van neef is, herkend Frans en begreep aanstonds wie wij waren. Wij moeten binnen gaan en nu kwam nigt Mietje te voorschijn. Zoodra ik haar zag, herinnerde ik mij nigt Kaatje op welke zij veel gelijkt. Uit genomen dat zij zegt veel dikker te zijn als deze nigt. Als deze nigt ook vrij gezet en zijne zullen welke wij nigt Truitje moeten noemen is in het geheel niet van de dunste. Zij waren zoo verheugd ons te zien. Wij moesten een warm broodje en een kopje chocolaa blijven drinken en in een half uur was het alsof wij reeds een jaar met elkander waren bekend geweest, zoodat wij indien de broeders en zusters ook hier waren ons zouden verbeeld hebben thuis te zijn. De familie in Creveld was, voor zoover zij bewust waren, zeer welvarende. Nigt Kaatje heeft twee kindertjes en nigt Mietje zoude daar zij in geen drie jaren in Creveld is geweest met ons medegaan indien haar jongste kindje, het welk drie maanden oud is niet zoo sterk met het zuur geplaagd en zich daardoor ziek bevindt gezond ware.

Ten twaalf uren gingen wij naar ons logement en ik heb zoo goed geslapen tot zes uren. Thans is Frans uit gegaan en komt tegen agt uren ontbijten. Chrisje slaapt nog en daar zij wat vermoeid was en wij toch niet voor morgen van hier vertrekke, zal ik haar nog maar wat laten liggen.Tegen elf uren gaan wij naar neef en zullen dan de stad en het Belvedere eens gaan bezigtigen. Hier hebt gij het verslag van onze reis tot hier. De post vertrekt ten twaalf uren. In Crefeld hoop ik een brief van U te ontvangen. Vaarwel beste lieve moeder. Kust al de broers en zusters als ook la belle Claire eens van ons. Vele groeten aan Noordaa en Jaager Koos en Koos ‘t Hooft. van welke wij geen afscheid hebben genomen.

Uwe hartelijke liefhebbende kinderen M. E. Grim, F. Grim, C. Grim


Van Gorinchem naar Thuil:

Maria en Franz en Chrisje reizen met de postkoets van Gorinchem naar Nijmegen. Om acht uur vertrekken zij vanuit de Arkelstraat te Gorkum. De reis gaat langs de Waal, over de dijk, langs dorpen en buitenplaatsen. Nadat ze de dorpen Dalem, Vuren, Herwijnen, Haaften zijn gepasseerd, bereiken ze tegen half twaalf het dorpje Thuil. In Thuil mogen de reizigers hun benen strekken. In de Langstraat te Thuil hebben ze tegen half twaalf een koffiepauze.

Het ritje over de zanderige dijk naar Thuil, is een hele belevenis geweest en zonder al dat geratel van de wielen en het geluid van de knallende zwepen over de paardenruggen, hebben ze elkaar veel te vertellen. In de omgeving van Dalem hebben ze de Dalemse Sluis en de Dalemse kerk gezien. De sluis is in 1815 aangelegd en is een onderdeel geworden van de Hollandse waterlinie.

Dalemse Sluis

Dalemse Sluis

Dalemse Kerk

Dalemse Kerk


Prachtig zicht hebben Maria, Chrisje en Franz op het Dalemse bakstenen zaalkerkje uit 1801 met het houten klokkentorentje. Jammer voor hen, dat de postkoets niet even stopt voor een kijkje in het interieur. Vooral het orgel is prachtig. Het is voorzien van Lodewijk XV- snijwerk. Nee, de reis gaat verder richting Vuren.

De gevolgen van de dijkdoorbraak in januari 1820 zijn nog goed zichtbaar voor hen. Veel grond is aan de binnenzijde van de dijk weggespoeld en veroorzaakt, dat langs de dijk diepe poelen, vol water zijn ontstaan. Deze wielen zijn, na drie eeuwen, nog steeds zichtbaar langs de Waal. De kolken getuigen nog steeds van rampspoed, van verdronken mensen en dieren en het verloren gaan van huizen en bezittingen.

Wiel
Toren


Als ze Vuren naderen, zien ze veel bedrijvigheid langs de veldovens, waar de opgegraven klei in klompen steen veranderen. Grote steenfabrieken met hun ringovens bestaan nog niet.

De reizigers weten dat er in Herwijnen wel vier kastelen staan: Wadestein, Frissestein, de Engelenburg en de Drakenburg, ook wel genoemd, de Blauwe Toren. Het waren oude gebouwen uit de middeleeuwen in niet al te beste staat meer. Rond Herwijnen is er tegenwoordig niet veel meer van over, dan een ruïne of grasveld.

Vooral Maria geniet van de mooie vergezichten op het landschap met al die buitenplaatsen. Maria vindt het wel jammer, dat er weinig zonneschijn is. Alles ziet er dan nog mooier uit.

Oude Boerderij Krukhuistype
Slot Loevenstein


In het dorp Haaften zien ze oude boerderijen uit de vorige eeuw. Op de natte graslanden, omzoomd met wilgen en populieren, genieten de koeien van sappig gras. Prachtig is de boerderij met een brede voorgevel, met daarachter het woonhuis en haaks daarop het bedrijfsgedeelte. Een L- vormig geheel, gelijk een deurkruk. Ze vonden het gelijk een krukboerderij. De boeren zijn belangrijke leveranciers van graan, fruit, vee en paarden aan de rest van het land. Helaas zijn de bedrijven sterk afhankelijk geweest van natuurlijke omstandigheden. Aardappelziekte, stuifzanden, slecht weer en overstromingen brengen de oogst regelmatig in gevaar.

Op de oevers ziet Maria de riviervissers bezig. Er zijn nog genoeg trekvissen, zoals zalm en steur te vangen. Maria beseft direct dat haar reis niet alleen een pleziertje is. Haar broer handelt ook in vis. In verband met zijn handelsactiviteiten is deze reis gepland. Hij gaat regelmatig op bezoek bij handelsrelaties, zowel in Duitsland als in eigen land.

De koffiepauze in Thuil is een goed moment geweest. De reis gaat verder langs de Waal, richting Nijmegen. De volgende maand kom ik daar op terug.

OHerberg te Thuil
Kaart

Februari

2026    

Februari 2026

De reis van Maria Grimm gaat verder


Derde brief van Maria Elisabeth Grimm aan haar moeder, de weduwe Maria Elisabeth Grim-Birn te Dordrecht. De brief is verzonden op 14 juli 1820 met poststempels vanuit Crefeld.

Lieve moeder

Mijn laatste brief heb ik uit de diergaarde bij Kleef geschreven en deze zal nu het vervolg van onze reis behelzen. ‘s Avonds hebben wij nog wat op de bergen gewandeld en zijn tegen half twaalf naar bed gegaan. Daar wij plan hadden ‘s morgens vroeg een goede wandeling te maken. Welk plan wij ook hebben volvoerd. Ten zeven uren vertrokken wij met een jongetje welke ons al de merkwaardigheden zoude aanwijzen.

Nu namen we een schuitje en voeren langs Reimsdaal en de plaats van Graaf van den Sippe naar het graf van prins Maurits van Nassau. Het is zien lief langs dat watertje. Ook beleeft men op die bergen zoo wel als in Nijmegen zeer fraaije gezigten. Voor het graf van prins Maurits hebben wij ontbeten en liggend, Vergeet -mij -niet heb ik voor Jetje van geplukt. Het gedenkteken is een groot vierkant metalen stuk op een voetstuk staande. Aan de eene zijde zij verschiedene apens, aan de andere de wapenrusting van de prins met een den fraaijen aan de voorzijde het wapen van Holland en aan de agter zijde het kruis en het zwaard, het welk een orde schijnt geweest te hebben, agter het graf staat een grote blauwe steen welke Napoleon heeft laten oprigten en waarop men nog enige latijnse regelen gehouwen heeft. Na hier nog wat gewandeld te hebben gingen wij weder in het schuitje en voeren tot aan de Zwanen toren. Hetzelfde slot waar prinses Beatrix, prinses van Kleef, van welke men in de Zwanenridder leest, gewoond heeft. Boven op de toren heeft men het uitzigt op zeven en vijftig torentjes. Dat dit gezigt overheerlijk is, behoef ik U niet te zeggen. Ook ziet men dan Kleef nogal lief rondom zien liggen. Maar als men weder beneden komt is het allernaarst. Wij zouden geenzins beiden voor nog zoveel in Kleef willen wonen. In een zaal van het kasteel is het tribunaal, Er worden juist getuigen gehoord en daar wij dit nooit hadden bijgewoond was dit nogal aardig. Beneden in het kasteel is nog een altaarstuk uit een heidensche tijd. Zal ten tijden van de Romeinse keizer Tiberius te zien. Aan de eene zijde is de staf van Aäron en aan de andere weder wat latijn. Ten half elf kwamen aan, wij weder in de diergaarde en vertrokken ten twee uren door Kleef naar Goch waar wij ten zes uren weer aankwamen. Goch is een nare plaats, zeer somber en akelig. Ten half zeven vertrokken wij weer naar Kevelaar. Daar de kapel open was hebben wij er eens in geweest. Ik kan niet ontveinschen dat het altaar den getroosten verlosser en den brandende waschkaarsen wel enige indruk maken. Het miraculeuste beeld, zoo als zij het noemen, hebben wij egter niet gezien. Hier toe was de tijd tekort. Aan de eene zijde van de kapel vindt men de volgende spreuk: IPSI AFFLICTORUM DIAE SOLATRICI JUDFUM VINGO GENITORISE VERE PRIM ES CONSOLA.

Na in een winkeltje wat gekogt te hebben, vertrokken wij naar Gelderen. Alwaar wij uit hoofden van het zware zand ten tien uren aankwamen. Na een boterhammetje gebruikt te hebben gingen wij naar bed, daar wij ten zes uren naar Creveld wilden vertrekken. Langs Neukirche, Altkirche en Hulst kwamen wij ten elf uren hier aan. Stapten in de Wildeman af, waar wij ons van duizend ponden stof ontdeden en vervolgens naar neef wandelden. Wij hebben de gehele familie in goeden welstand aangetroffen. Zij hebben alle veel complimenten aan u verzogt. Zo op het ogenblik gaan wij naar Uerdingen. Anders zouden wij U meer bijzonderheden van de familie schrijven. Dan schrijft Frans morgen. Dan zal ik deze vervolgen.

Vele groeten van uw liefhebbende dochter Mietje aan alle de goede vrienden. Gister bij aankomst heb ik U brief ontvangen. Het spijt mij dat gij die lelijke hoofdpijn nog niet kunt vergeten.

Deze lila bloempjes zijn ook voor Jetje uit de diergaarde. Vaarwel Beste. Spoedig hoop ik weder een brief van U te zien.

M.E. Grim


Commentaar en aanvulling op de gegevens uit haar brief over het verblijf te Kleef.

Route van Nijmegen naar Kleef

Route van Nijmegen naar Kleef

Vroeg in de ochtend vertrekken Maria en haar broer Franz en schoonzus Chrisje vanuit Nijmegen naar Kleef. Ondanks de reis gaan ze, na aankomst te Kleef, nog een avondwandeling maken in de omgeving. Ze overnachten in Kleef om de volgende ochtend onder leiding van een gids, opnieuw te genieten van de omgeving en nog enkele bezienswaardigheden te bekijken.

Maria schrijft haar brief over de reis naar Nijmegen in de dierentuin te Kleef.

Maria geniet tijdens het schrijven van haar brief van de rust en schoonheid van deze tuin. Vanaf deze locatie heeft zij een mooi uitzicht over het Nederrijngebied, de Zwanenburcht, het Kasteel Moyland en de Eltenberg. De tuin is in 1653 ontworpen door architect Jacob van Campen onder toezicht van Johann Moritz von Nassau-Siegen, gouverneur van Brandenburg.

Historische tuin met het Spoykanaal, onderdeel van de zichtas

Historische tuin met het Spoykanaal, onderdeel van de Zichtas, 2012.


“Neuer Tiergarten Kleve”is een barokke tuin met twaalf lanen die in een sterpatroon uitstralen naar een verhoogd punt genaamd Sternberg, met uitzicht op het omliggende landschap. Het ontwerp symboliseert orde en harmonie. In de negentiende eeuw ontdekt men daar het geneeskrachtige water en wordt het een kuuroord. In de jaren tussen 1742 en 1914 is Kleef een geliefd kuuroord geweest.

Het watertje, Kermisdahl, 2012

Het watertje, Kermisdahl, 2012

Maria geniet zeer van het boottochtje over het watertje. Dit watertje is het Kermisdahl, een oude rivierarm van de Rijn. Met het schuitje varen ze langs Reimsdaal. Dit natuurgebied is niet te achterhalen. Waarschijnlijk is het een verschrijving van Maria. Ze bedoelt misschien het dorpje Rindern met de Rindernsche kolk en het daarbij gelegen waterslot.

Buitenhuis
Rond 1820 heeft baron van Spaen daar verschillende buitenhuizen en gronden. Graaf van der Sippe is misschien verkeerd verstaan of verkeerd opgeschreven.

Das Grabmal zu Bergendal

"Das Grabmal zu Bergendal"

Kaart

Praalgraf van Johan Maurits van Nassau-Siegen in 2012


Het praalgraf van Johan Maurits van Nassau-Siegen wordt door Maria uitvoerig bekeken. Deze prins is stadhouder van Kleef geweest en ontwerper van de parken. De stadhouder ligt er zelf niet. Hij is begraven te Siegen. Zelf heb ik het grafmonument in 2012 bezocht. Even rechtdoor lopen en je hebt dan een mooi uitzicht op Kleef.

Uitzicht op Kleef met de Zwanenburcht in 2012

Uitzicht op Kleef met de Zwanenburcht in 2012


Met het bootje voeren ze weer terug tot aan de Zwanenburcht. Boven op de toren staat een zwaan, die herinnert aan de sagen van de zwanenridder en prinses Beatrix, een liefdesdrama. Meer dan duizend jaar geleden woonde de edele Beatrix in haar kasteel. Op een dag verscheen er een zwaan met een gouden ketting op de Rijn – in het huidige Kermisdahl – die een schip met een ridder aan boord trok. Hij beloofde Beatrix' land te beschermen en de twee werden verliefd. Maar hij stelde één voorwaarde: ze mocht nooit naar zijn naam of zijn afkomst vragen.

Vele gelukkige jaren verstreken totdat haar zonen Beatrix ertoe aanspoorden het geheim te onthullen. Toen de ridder onthulde dat hij Elia uit het aardse paradijs was, keerde de zwaan terug en nam hem mee. Beatrix stierf later datzelfde jaar van verdriet.

Al in de tijd van Maria worden in de burcht rechtszaken afgehandeld. De reizigers komen net op tijd aan in de burcht om een deel van een strafzaak bij te wonen. In het kasteel bewonderen ze ook nog een altaarstuk uit de tijd van de Romeinen. Ze hebben hun tijd in Kleef goed besteed.

Maart

2026    

Februari 2026

De reis van Maria Grimm in de zomer van 1820 gaat verder.


Maria schrijft aan haar moeder in haar derde brief over de reis vanuit Kleef naar Crefeld het volgende:

Ten half elf kwamen aan, wij weder in de diergaarde en vertrokken ten twee uren door Kleef naar Goch waar wij ten zes uren weer aankwamen. Goch is een nare plaats, zeer somber en akelig. Ten half zeven vertrokken wij weer naar Kevelaar. Daar de kapel open was hebben wij er eens in geweest. Ik kan niet ontveinschen dat het altaar den getroosten verlosser en den brandende waschkaarsen wel enige indruk maken. Het miraculeuste beeld, zoo als zij het noemen, hebben wij egter niet gezien. Hier toe was de tijd tekort. Aan de eene zijde van de kapel vindt men de volgende spreuk: IPSI AFFLICTORUM DIAE SOLATRICI JUDFUM VINGO GENITORISE VERE PRIM ES CONSOLA.

Na in een winkeltje wat gekogt te hebben, vertrokken wij naar Gelderen. Alwaar wij uit hoofden van het zware zand ten tien uren aankwamen. Na een boterhammetje gebruikt te hebben gingen wij naar bed, daar wij ten zes uren naar Creveld wilden vertrekken. Langs Neukirche, Altkirche en Hulst kwamen wij ten elf uren hier aan. Stapten in de Wildeman af, waar wij ons van duizend ponden stof ontdeden en vervolgens naar neef wandelden. Wij hebben de gehele familie in goeden welstand aangetroffen. Zij hebben alle veel complimenten aan u verzogt. Zo op het ogenblik gaan wij naar Uerdingen. Anders zouden wij U meer bijzonderheden van de familie schrijven. Dan schrijft Frans morgen. Dan zal ik deze vervolgen.

Vele groeten van uw liefhebbende dochter Mietje aan alle de goede vrienden. Gister bij aankomst heb ik U brief ontvangen. Het spijt mij dat gij die lelijke hoofdpijn nog niet kunt vergeten.

Deze lila bloempjes zijn ook voor Jetje uit de diergaarde. Vaarwel Beste. Spoedig hoop ik weder een brief van U te zien.

M.E. Grim

Commentaar op het vervolg van de reis van Kleef naar Crefeld.

De route van Geldren naar Krefeld

De route van Geldren naar Krefeld

Alle drie hebben ze op hun wandelingen en boottochtje door Kleef en omgeving genoten van het landschap en de bezienswaardigheden. Aan het begin van de middag vertrekken ze met de postkoets uit Kleef naar Goch. Eind van de middag zijn ze, na vier uren reizen, in Goch. Na een korte pauze vertrekken ze naar Kevelaer. Daar de kapel open is, gaan ze naar binnen om het Mariabeeld te bewonderen. De vele waskaarsen in de kapel tonen aan dat het een geliefd bedevaartsoord is. Maria is niet rooms katholiek, maar toch is zij onder de indruk van het religieuze tafereel.


Kapel te Kevelaer in 2012

Kapel te Kevelaer in 2012

Al in 1642 werd hier een beeld van de Maagd Maria vereerd. Het beeld staat bekend als de Troosteres der bedroefden. Nog steeds komen vele bedevaartgangers Kevelaer bezoeken. Evenals Maria zijn wij ook onder de indruk van deze rituelen.


Geldren met de overblijfselen van slot Haag

Geldren met de overblijfselen van slot Haag, bij zonsondergang, 2012

Laat in de avond komen ze in Geldren. Ze overnachten daar in de herberg, “De Wildeman.” In de omgeving van Geldren ligt het kasteel Haag. Het is het logeeradres geweest van Napoleon, en tsaar Alexander I en de Duitse keizer Willem I.

De volgende dag vertrekken ze vroeg in de ochtend naar Creveld. Ze passeren op hun tocht naar deze plaats, de dorpen Neukirche, Altkirche en Hulst. Het is een moerassig gebied. In 2012 is de route goed begaanbaar. De rijweg is hoger aangelegd en we hebben uitzicht op de lager gelegen weilanden met hier en daar een groepje bomen.

Eind van de ochtend, om elf uur, komen Maria, Franz en Chrisje aan in Creveld. De reis is vermoeiend geweest. De paarden moeten de koets door mul zand trekken en dit doet veel stof opwaaien. Toch gaan ze, nadat ze zich hebben opgefrist nog familieleden bezoeken voor ze naar Uerdingen gaan. Uerdingen met een overslaghaven ligt aan de Rijn. Vanaf 1925 wordt deze plaats het barokke historisch stadsdeel van Krefeld. Daarvoor is het dus zelfstandig geweest. Tot 1925 werd de naam van de stad gespeld als Crefeld. De stad is nog altijd een belangrijk centrum voor de textielindustrie. Vooral de zijde-industrie was in opkomst. Krefeld is internationaal bekend geweest als fluweel- en zijdestad. Waarschijnlijk zijn ze naar Uerdingen gegaan voor zakelijke aangelegenheden. Het was een druk handelscentrum.

Maria eindigt haar brief weer met compassie. Ze geeft blijk van warme gevoelens voor haar moeder en zus Jetje. De brief van Maria is weer goed en prettig leesbaar.

Een zijdeverkoper te Crefeld in de negentiende eeuw

Een zijdeverkoper te Crefeld in de negentiende eeuw. Een afbeelding van een muurschildering in een biercafé te Krefeld, 2012.


Creatieve Bezigheden


De persoonlijke portfolio en verhalen van Jacqueline Gruppelaar.
Schilderkunst, fotografie en familiegeschiedenis.

Navigatie

Contact


Heeft u belangstelling in mijn werk?
Neem contact op →



© 2025 Jacqueline Gruppelaar. Alle rechten voorbehouden.

Creatieve Bezigheden


De persoonlijke portfolio en verhalen van Jacqueline Gruppelaar.
Schilderkunst, fotografie en familiegeschiedenis.

Contact


Heeft u belangstelling in mijn werk?
Neem contact op →

© 2025 Jacqueline Gruppelaar.
Alle rechten voorbehouden.